De Scheepswerf
De bouwers.
Achter ieder schip in het register staan drie mannen — vijftig, zestig en zeventig jaar oud — die de schepen met geduld en zorg bouwden. Geen productielijn, geen haast: één romp per keer, met één paar handen aan het werk en twee paar ogen dat meekijkt.

Hand 1 van 3
De rompbouwer
Zet de kiel, buigt de spanten en beplankt de romp lat voor lat. Duizend passen, geen enkele gehaast — elke naad sluit omdat hij de tijd neemt om het hout te laten vertellen hoe het gebogen wil worden.
Hand 2 van 3
De tuigmaker
Roeit het want, zet de stag en rek de rakkingen. Wie het touw niet kent, tuigt geen schip. Zijn handen kennen duizenden knopen, en toch legt hij er vandaag nog één alsof het de eerste is.
Hand 3 van 3
De afwerker
Sleut, verguld en aanstipt. Pas als de laatste geschutspoort hangt en het dek droog is, mag het schip het register in. Tot die tijd blijft het op de werf — geduld is het laatste gereedschap.
“Een schip dat je in twee weken bouwt, is in twee weken klaar. Een schip dat je met zorg bouwt, is voor altijd klaar.”
Het credo van de werf